Op onderzoek uit

In de energie vind je jouw informatie

Er is zo veel informatie dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Dat geldt voor allerlei onderwerpen: voeding, klimaatverandering, gezondheid, noem maar op. Elke mening wordt wel bevestigd én onderuitgehaald door een onderzoek. Waar haal je informatie vandaan waar jij wat mee kunt? Zelf word ik altijd blij  van energiewerk. Daarmee kan ik verkennen wat voor mij van belang is, terwijl het ruimte laat voor andere manieren van kijken en ervaren.

© Anneke van Tricht 2020

Samen met een collega heb ik Covid-19 verkend. Op basis van dezelfde sessie komen we tot verschillende resultaten waar we ieder op onze eigen manier mee verder kunnen. Ze bestaan naast elkaar, als verschillende facetten van een diamant. In dit verslag beschrijf ik het facet dat voor mij zichtbaar wordt. Mijn collega voegt haar eigen conclusie toe.

Energetisch Covid-onderzoek: een spel met 7 deelnemers

We werken volgens de methode van de familieopstellingen. Gekleurde matjes vertegenwoordigen de elementen die een rol spelen in de situatie. Om te beginnen Mensen (M), Covid-19 (C) en de Reden van Covid-19 (R), later komen daar Aarde (A), Kosmos (K) en ten slotte Leven (L) en Dood (D) bij. Wij bemensen beurtelings verschillende matjes om te voelen en verwoorden wat er gebeurt in het krachtenveld van deze deelnemers.

De deelnemers vertellen hoe ze erbij staan en raken met elkaar in gesprek. In een aantal fragmenten lees je hoe ze voor zichzelf en met elkaar spreken, zonder dat ik een interpretatie of waardeoordeel aan hun woorden verbind.

Mensen, Covid-19 en Reden in gesprek

M (met een gevoel van beklemming:) Daar wil ik niet kijken want daar is C en die wil ik niet zien en daar wil ik niet kijken want daar is R en… Waaaah!!! Er is toch helemaal geen Reden?! Wat is nou de Reden van een virus! Daar wil ik ook helemaal niet bij stilstaan! Ah, ik kan niet stilstaan, ik doe gewoon m’n ogen dicht. (Op de vraag zich naar C toe te draaien: kijkt door een spleetje van één oog, gromt en zucht:) Ik wil niet ik wil niet ik wil niet!!! Ook boos! Vooral heel boos voel ik me!

C: Ik sta hier heel rustig naar je te kijken met een glimlach op m’n lippen – wat doe je toch moeilijk.

M: Moeilijk? Je bent levensbedreigend jij! ’t Ís toch moeilijk? Aaah, lelijkerd! Ik wil je niet!!!

M (nadat iemand op R is gaan staan: schreeuwt en stampt:) Waaaaaahhh!!! Ik wil niet meer !!!! Ik doe niet meer mee!!! (Kruipt in elkaar.) Ik zit klem. Ik kan het niet uithouden en ik ben razend en ik ben ervoor weggegaan en nu zit ik hier klem in een hoekje dat veel te klein is en ik kan geen kant meer op en het is donker en het houdt niet op en… Dit werkt ook niet! Is er dan geen oplossing?! Wat moet ik dan! Jij zegt dat je een reden bent, wat ben je dan voor reden? Zeg dan wat de reden is dan kan ik er wat aan doen.

R: Ik heb een enorme schaamte. Ik kan niet kijken, ik kijk naar m’n eigen voeten. Dit was de bedoeling niet. Er is iets heel erg fout gegaan en ik kan er niks aan doen. Het woord schaamte is te klein. Mijn hele bestaan is een soort ramp, ik wil niet bestaan en ik sta hier en ik kan nergens heen. Er is geen hulp, er is geen verlossing, er is geen relatie met wat ook. Ik zit vast en ik wil onzichtbaar zijn en ik wil niet dit.

Aarde en Kosmos komen erbij

M: Als A er is, dan richt ik me daarop. (Gaat op kussen zitten, met de armen om de knieën van A geklemd.)

A: Ik voel me moe, uitgeput, hier word ik niet blij van (M: Ik wel), ik ben uitgeput en zóóó verdrietig en dan doe jij dit en dan denk ik: nóg meer geven, moet ik nóg meer geven, ik heb jullie al zó veel gegeven, en nog is het niet genoeg…

M: Wij hebben toch alleen maar jou, waar moeten we ons anders aan vasthouden, waar is anders nog veiligheid te vinden. Zo voel ik mijn angst niet en dat is veel fijner.

A: Misschien… als je me loslaat… kun je me beter zien.

M: Wat heb ik daaraan… Nou voel ik me verplicht om je los te laten, maar ik durf niet, ik voel me afgewezen, en trouwens… Nu voel ik me weer bang, daarnet was ik woedend, dat was wel sterker. Wat moet ik als er virussen zijn die me dood willen maken, als alles me in de hoek drijft, als ik helemaal op mezelf word teruggeworpen. Het voelt veilig bij jou… ik kan ook nergens anders heen! Ik bedoel: ik lééf op jou, ik leef ván jou.

A: Dat is het juist: jij hebt mij nodig (M: Ja), ik jou niet. (M: Au – laat los) Zo heb ik meer ruimte. Meer rust. Zo kan ik beter ademhalen.

R: Ik voel me wiebelig. Slap. Maar niet meer zo… beschaamd als net. Het doet me wel iets dat A er is. (tegen A:) Ik heb iets te maken met de relatie tussen de M en jou. Ik ben niet beschaamd. Ik snap nou dat ik een Reden ben.

(…)

K: Diep in mij is de Aarde, met een hoop gekrioel. M erop, C, R, een problematische relatie tussen A en M… In mijn grootsheid is dit een heel klein onderdeeltje. Maar het vraagt wel aandacht. Ook van het grote geheel. Het is alsof er een lampje gevestigd moet worden op A. En er is veel aandacht voor A en M en alles wat hen betreft. Wat gebeurt er met M?

Reden confronteert Mensen

M: Ik zoek m’n houvast. Want ik wil C niet zien en R helemaal niet. Ik wil in de buurt van A komen, eigenlijk wil ik erop gaan liggen. En ik wil niet al die gevaren zien. Maar ik ben bang, heel bang en mijn enige houvast is A en ik vind gewoon dat ik recht heb op A. Daarom ga ik weer in de buurt ook al heeft A net gezegd dat ze afstand wil… Als M heb ik gewoon A nodig, ik kan niet zonder. Al die verhalen over leven op Mars of op  Neptunus, al die onzin, ik wil gewoon vaste grond onder m’n voeten, daarmee uit, basta. En ik haal eruit wat erin zit, ik wil mijn groenten uit A, ik wil mijn bloemen uit A, ik wil benzine uit A, ik wil gewoon hebben uit A. Net als altijd, is nog nooit een probleem geweest, die autoloze zondag was een belachelijk iets. Ik wil gewoon terug naar A, klaar. WEG! Wie is dat…

M: Wie is dat…

R: Kijk maar als je durft.

M: Wie ben je…

R: Hier is een spiegel…

M: O. Godsakker. Die energie is fout. Raak me niet aan! Je bent bedreigend. En een teenafdruk in mijn bil is  al levensgevaarlijk.

R: Ik…   Ben…   Jou…

M: Jij pakt mijn A af. Jij staat op mijn A, ik was bezig terug te gaan naar A waar al mijn belangen zijn en iets raakt mij aan. Ik voel als door een speld geprikt dat je niet A bent. Jij bedreigt me.

R: Jij vernietigt je eigen mogelijkheden, je vernietigt je eigen bestaansgrond, jij bedreigt jezelf en je soortgenoten, jij bedreigt A.

M: Jij steunt A hè? Jij bent een bondgenoot van A, zo praat jij.

R: En jij praat als een vijand van A, hoe zit dat?

M: Ik gebruik A zoals altijd, het is mijn vakantie, het is mijn tuin, het is mijn bloem het is mijn schoonheid, het is mijn uitje, het is mijn afleiding, het is mijn troost. Dat is A voor mij, klaar uit. Da’s best veel.

R: Oooit op het idee gekomen om dankjewel tegen A te zeggen?

M: Bemoei je met je eigen zaken. Wie ben jij?

R: Ik hou je een spiegel voor. Maar jij durft niet te kijken. Je wílt niet kijken.

M: Ik wil niet kijken. Weg met die spiegel. Waarom sta jij zo dicht op mijn geliefde A…

R: Geliefd?! Praat jij zó over een geliefde? Leegplukken, exploiteren, hebben, grijpen, graaien? Is dat wat jij onder liefde verstaat?

M: Dat is mijn grote houvast.

R: Je grote houvast, maar geen liefde.

M: Weg met die spiegel… Wat wil je met die spiegel.

R (met zachtere stem:) Dat je kijkt of je ergens liefde kunt zien. Hij zit in jou.

M (snauwt erdoorheen:) Als ik in de spiegel kijk dan zie ik mijzelf. Flikker op met je liefde. Je lijkt wel zo’n helderziende jij. Zo’n iri-spiri-praat. Ik moet in de spiegel kijken om de liefde – ik zie in de spiegel enkel mijzelf ja! Narcissus ziet zichzelf in het water. Dat is wat ik zie.

R: Dus je bent een narcist.

M: Dat zei ik niet. Maar die ziet ook zichzelf.

R: Ik vraag je om te kijken naar de liefde in de spiegel…

M: Ik zie mijzelf in de spiegel en dat is geen liefde.

R: Dus jij bent geen liefde.

M: Ik ben geen liefde, wat heb ik met liefde te maken. Het irriteert mij, die spiegel.

R: Hm-m. Dat mag je voelen.

M: Je bederft mijn pret op A. Wat heeft de liefde met mijn A te maken en het gebruik wat ik ervan nodig heb.

R: Heb je ooit liefde meegemaakt?

M: Geen idee, ik weet niet waar je het over hebt… Wat wil je van me?

R: Dat je kijkt. Dat je zoekt, tot je ergens een vonkje liefde ziet… Misschien herken je iets van A in jezelf, die jouw geliefde is, zeg je.

M: Allemaal prietpraat. Allemaal te moeilijk. Ik ben gewoon aards en ik wil gewoon mijn A.

R: Hebben hebben hebben…

M: Ja. En dat is heel gewoon. Dat is volkomen vanzelfsprekend, ik wil mijn vakanties, ik wil mijn groenten, ik wil naar de supermarkt, ik wil gewoon hebben als ik zin heb. Klaar. De wereld is er voor mij en niet andersom.

R: Maar de wereld is er bijna niet meer. De wereld is leeg en moe van jou geworden. Als je wilt dat de wereld blijft, dan zul je er ook voor de wereld moeten zijn. Niet alleen andersom. Anders is er straks geen wereld meer.

Ontwaken

M (naar A gericht:) Is het waar? Wat hij daar zegt?

A: Ik ben uitgeput. En zwaar en moe. Ik heb moeite om mij staande te houden. En ik heb niemand die voor mij in de bres springt. Ik ben alleen. Wat men met mij doet, daar zit ik willoos naar te kijken, maar het heeft effect op mijn wezen. En het effect tot nu toe is uitholling, uitputting, mijn vrolijkheid verdwijnt, mijn glans verdwijnt. En ik ben niet eens boos op M. Ik ervaar enkel het effect…

M: Ik schaam me…

R: Word eens wakker.

M: Als ik wakker word, word ik wakker in een nachtmerrie. Ben jij… R? Ik schaam me. Wat moet ik nou? Ik snap niet hoe ik nu verder kan. Óf ik verder kan. Moet ik ook maar gewoon doodgaan aan C… Maar ik voel ook iets wakker worden van ik wil niet doodgaan.

R: Wat jij wilt is aan jou, maar je hebt wel wakker te worden… Als jij wakker wordt, kan ik weer gaan.

M: Ik voel me wakker worden. Diep, diep in de kelder. En op de knieën de uitgang moeten zoeken. Uit de kelder. Terug. Naar ik weet niet precies wat.

Twee conclusies

Janneke Venema

De mens lijkt te ‘slapen’ en onwillig om te kijken naar zijn eigen gedrag en naar wat er werkelijk gaande is. De mens in angst voor Covid-19 slaat blind om zich heen: ‘Weg met het virus!’ Immers het kleinste virus laat zien hoe nietig te de mens is in al zijn grootheidswaan. De macht van een virus is zo groot als de mensen er bang voor zijn. De mens slaat in blinde paniek op de vlucht of ontsteekt in redeloze woede, want hij kan niet meer doen wat hij wil. De aarde als uitgebuite planeet kijkt eenzaam en droevig toe hoe de mens haar beschouwt als gratis winkelen. De balans is compleet zoek: de mens neemt, haalt, graait, buit uit enkel uit eigenbelang en de aarde geeft en geeft. ‘Is het dan nooit genoeg’ vraagt ze? De mens krijgt op een dag ‘ineens’ het virus dat alles stopt! De mens mag eindelijk op adem komen. Terwijl het virus zelf mensen de adem beneemt. Misschien zit in deze paradox ook een oplossing. De kosmos komt erbij en laat zijn lichtje schijnen. Licht is nodig, een nieuwe dag begint, de mens krijgt weer een kans. Hij mag ontwaken en in de spiegel kijken. Er is weerstand: ‘In de spiegel kijken? Wat ga ik daarin zien?’ Zonder liefde is de schuld en de schaamte niet te harden: ‘Hoe kon ik eeuwenlang liefdeloos mijn gang gaan en de aarde menen te bezitten als gratis bezit?’

Wil je ook in de spiegel kijken en je eigen levensliefde weer tot leven brengen? Maak dan een afspraak met Janneke Venema: 06 – 2479 6644, info@rebalancing-apeldoorn.nl

Anneke van Tricht

Voor mij komt het leven voort uit Licht en Liefde en beweegt het daar weer naartoe. Dan zegt Kosmos: ‘Er moet een lichtje worden aangestoken op Aarde’ en Reden houdt de Mensen een spiegel voor met het verzoek daarin te zoeken naar liefde. Dat ervaar ik als een uitnodiging om met een andere bril te kijken naar onszelf, naar elkaar, naar de aarde, naar leven en dood. Er wordt een lampje gevestigd op aarde, en daarbij kunnen we op zoek naar de herinnering aan, de herkenning van liefde. Iedereen heeft een kern van liefde in zich, hoezeer die ook vertroebeld kan zijn door angst, schaamte of hebzucht. Uit eigen ervaring weet ik hoeveel er verandert als zelfhaat verandert in zelfliefde. Als we angst, schaamte en hebzucht door een bril van liefde kunnen bekijken in plaats van ons er minachtend van af te keren. Ik voel in mezelf en zie om me heen hoe weggestopte angst ons de adem beneemt door Covid-19 (wat de longen aantast) of door de maatregelen die ermee gepaard gaan. Als het niet meer helpt om de ogen sluiten of weg te kruipen, kunnen we nog altijd in de spiegel kijken en erkennen dat we niet weten hoe we verder moeten. Dat is het begin van de ontdekkingsreis naar nieuwe mogelijkheden. Misschien kunnen we stoppen met het gevecht tegen Covid-19 ‘dat we alleen samen kunnen winnen’ en die ontdekkingsreis samen aangaan. Wil je jouw anker en kompas opdiepen uit de bagage van jouw leven? Maak dan een afspraak voor je eigen energetische verkenning. Anneke van Tricht: 06 4003 4247 of anneke@vlinderziel.nl

Een gedachte over “Op onderzoek uit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.